Dus
het is heel erg een spel met identificatie.
Mijn
ultieme truc is identificatie. Mijn theorie, die overigens
al eeuwenoud is, is dat we ons in ons dagelijks leven
identificeren met onszelf, met ons ik. In de bioscoop
kan ik dat proces natuurlijk uitmuntend laten zien. Want
juist daar doen we het onbewust en moeiteloos en graag
zelfs: zodra het mogelijk is identificeren we ons met
een personage op het doek, met Bart Klever of wie dan
ook.

Als je dat proces bij jezelf doorziet, sta je wellicht
open voor het idee dat je datzelfde doet búiten
de bioscoop. In die theorie
wordt gesteld dat je die identificatie met jezelf niet
nodig hebt. Je bent geen ‘ik’, maar de mogelijkheid, het
witte laken of het bioscoopdoek waar die ik op kan ontstaan.
We lijken op dat schilderij-in-een-schilderij van Magritte
dat Bart bij zijn oplossing brengt. Je ziet een schilderij
voor een raam staan maar op het schilderij zie je precies
datgene geschilderd wat je zou zien als het schilderij
daar niet stond. Dus het is eigenlijk doorzichtig. Magritte
gaf het schilderij de titel: La condition humaine.
De kwantummechanica noemt ons een stel deeltjes dat op
een bepaalde plek een dansje danst. Dat klinkt natuurlijk
allemaal vreemd en bizar, maar die hardnekkige illusie
dat we een ‘ik’ zijn, een gehaktbal van gedachten en gevoelens,
die is ontzettend sterk. Je kunt die illusie misschien
onderkennen, maar daarna tuin je er elke keer weer in.
Kijk maar naar dat ronddraaiende
masker. We creëren toch steeds weer dat personage
dat we ‘ik’ noemen. En we geloven er dan vervolgens weer
heilig in.
Bart
zit dus in zijn eigen illusie gevangen en moet in jouw
woorden zijn standpunt veranderen?
Kijk,
hij denkt eerst het antwoord te vinden in de spiritualiteit.
Net als ik, en velen met mij. Maar als je daar werkelijk
in duikt, in die boeddhistische theorie, dan lees je dingen
als: er is geen methode.
Hij
noteert: vergeet alles. En Bart denkt: als ik dat nou
maar onthoud: ‘vergeet alles’. Heel verleidelijk, maar
zeer onzinnig ook natuurlijk. Maar zo gaat het! Zo verging
het mij ook, in die tien jaar dat ik deze film voorbereidde.
Ik maakte ook ezelsoortjes in al die boeken en onderstreepte
zinnen en dacht: als ik dat zinnetje nu maar onthoud,
dan word ik wel gelukkig. Maar die zinnen beschrijven
eigenlijk al continu waar ik de fout inga. En daarbij
bleek elke volgende dag een ander zinnetje veel relevanter
te lijken. En trouwens het waren zinnetjes als: er valt
niets te begrijpen. Want wie begrijpt er iets? Ja, ‘ik’,
dacht ik dan natuurlijk. Nou nee dus.

Maar wat is dan nu jouw standpunt? Ik weet dat
je oorspronkelijke idee was een film te maken over een
wijze man. Maar daar ben je van afgestapt, toch? Bart
is het tegendeel van de wijze man. Hij wordt steeds onzekerder
over wat hij kan vinden of zou moeten doen. Autobiografisch?
Ja
zeker. Domme vraag. Als je probeert iets waardevols te
maken, moet het toch altijd uit je eigen hart komen?
In
de film blijft de wijze man statisch, terwijl Bart wel
een ontwikkeling doormaakt.
Ja.
Ik dacht eerst dat de wijze man interessant was, maar
dat is helemaal niet zo. Hij zegt uiteindelijk weinig.
Het is niet een man die zegt: zo en zo zit het. Hij zegt
eerder: zo en zo zit het niet. Zie
dat dit en dit en dit illusie is. Om te weten wat je bent
moet je weten wat je niet bent.