
En je blijft daarbij met beide benen op de grond staan?
Ja,
het is allemaal niet zo zweverig. De dingen die ik benoem
zou je bijna wetenschappelijk kunnen noemen. Kijk zelf
maar eens naar hoe je gedachten werken. Ik kan voor mezelf
heel gemakkelijk die stiltes tussen twee gedachten - waarover
ik spreek in de film - waarnemen. Ik kan naar de gedachten
in mijn hoofd kijken. En vergis je dan weer niet: wie
neemt dat dan waar? Wie kijkt er? Wie denkt er? Niet ik!
Er is kennelijk iets wat dat kan waarnemen. Vroeger dachten
ze dat er een mannetje in ons hoofd zat dat onze gedachten
las en die aan ons doorgaf. Maar al snel begrepen ze dat
dat beeld ook niets oploste, want wie keek er dan weer
naar de gedachten in het hoofd van dat mannetje?
En
ook hóe ik waarneem, fysiek en mentaal. Dan is
het helemaal niet zo ingewikkeld om in te zien dat mijn
‘ik’ een gedachte is. Maar dat is behoorlijk onbekend
terrein voor de meesten van ons. Daarom laat ik jullie
ERVAREN hoe je kijkt en denkt. Dan ondervind je het aan
den lijve. Niemand kan uitleggen hoe zout smaakt, je zult
het zelf moeten proeven.
Het
blijkt in ieder geval mogelijk te zijn een ander standpunt
in te nemen, 180 graden te draaien en naar de gedachten
in je hoofd te kijken. Ik kan dat tenminste wel inzien.
En dan ontdek je dat het mogelijk is die stilte tussen
twee gedachten waar te nemen. Probeer het maar.
Het
zijn voornamelijk oosterse theorieën. Denken wij
hier in het Westen niet gewoon anders, praktischer?
In
ons lijden, in onze angsten en verlangens zit geen Oost
of West.
Kijk,
iedereen wil gelukkig worden. Normaliter zoeken we het
in de bekende dingen: ik wil geld, ik wil macht, ik wil
succesvol zijn met deze film, ik wil roem, aanvaarding,
een goede relatie, gezondheid. Of ik wil zelfkennis, innerlijke
rust, harmonie, enzovoort. Maar aan het begin van al die
zinnetjes staat dat woordje ‘ik’. En daarin zit zowel
het probleem als de oplossing. Waar bevindt die ik zich?
Waar is die ik? Die ik bestaat enkel in mijn hoofd. Denk
maar weer aan de ik in onze dromen. Ik moet dus illusies
kwijtraken, loslaten, doorzien. Zoals de zee
de illusie, het denkbeeld los moet laten dat ze een boom
is. Hoe zou ze ooit een boom kunnen zijn? Hoe zouden wij
ooit een ‘ik’ kunnen zijn?
Mijn
verhaal is eigenlijk heel geruststellend. Het doet er
niet toe wat je doet of denkt, want je kunt datgene wat
je wezenlijk bent toch niet beïnvloeden of veranderen.
De zee blijft de zee,
wat ze ook denkt. Ook al vind ik dat ik dit nu weer moeizaam
en met te veel woorden formuleer, of dat ik te veel de
wijze man uithang, ook dat maakt niets uit. We maken ons
druk om niets.
Maar
we blijven altijd op zoek als mensen.
Ja,
maar we zoeken misschien op de verkeerde plek. Ik zag
laatst een man die ‘s nachts iets liep te zoeken onder
een lantarenpaal. Ik loop erop af en ik vraag hem: ‘Hebt
u iets verloren?' 'Ja, mijn sleutel.' Dus ik help hem
zoeken. Na een poosje vraag ik: 'Waar hebt u hem precies
laten vallen?' ‘Daar verderop,’ zegt hij en hij wijst
in het donker. 'Waarom zoekt u dan hier?' ’Hier is het
tenminste licht.’
Maar
is er wel iets te vinden?
Nee.
Er valt meer iets los te laten. Wij bepérken ons
door allerlei ideeën over onszelf. Die ideeën
moeten we misschien laten varen. Ik ook. We moeten stappen
terug doen, standpunten wezenlijk veranderen. Wanneer
we onszelf zouden kunnen zien als die lamp in de projector,
als de lamp die gedachten en gevoelens en alle zintuiglijke
waarnemingen mogelijk maakt, dan is het duidelijk dat
we totaal niet door die dingen beïnvloed kunnen worden.
De lamp heeft geen problemen. Maar wij geloven ontzettend
in de beelden op ons doek, net als in de bioscoop!
Maar
hoe moet ik me dat dan voorstellen? Raakt iets je dan
nog? Het lijkt zo onverschillig, onbegaan.
Juist
niet. Dan word je volledig onzelfzuchtig. En zul je op
een oorspronkelijke, zuivere manier reageren op alles
wat er gebeurt. Er hoeft niets meer verdedigd of vastgehouden
te worden. Er is niets meer dat gekwetst kan worden. Het
klinkt natuurlijk afschuwelijk, dat is dan jammer, maar
het schijnt te resulteren in werkelijke, onbaatzuchtige
liefde.
(lange
pauze)
Wat
moet ik doen om niet meer te geloven in dat ‘ik’?
Ja,
nou, dat is dus het paradoxale. Niets, je hoeft je geen
enkele inspanning te getroosten. Want wie gaat dat doen?
Je praat dan over inspanningen die ‘jij’ moet verrichten!
Toch
kan ik er niet bij dat ik geen ik zou zijn. Ik kan het
niet eens in woorden zeggen.
Je
komt het in zeer veel spirituele richtingen tegen: het
ontzettend hardnekkig vasthouden aan het idee dat we een
ik zijn. Wij hebben het gevoel dat er één
ik is, en we zeggen: dit is mijn persoonlijkheid, mijn
karakter, dit ben ik. En we zeggen dus ook: ik slaap en
ik droom en ik ben wakker ... en dat is een en dezelfde
ik. Nou, dat is dus eigenlijk grote larie, want de ik
die ik in mijn droom ervaar is een totaal andere ik dan
die ik nu ervaar. In mijn droom kan ik allerlei dingen
die ik nu niet kan. Dus je zou eigenlijk kunnen zeggen
dat ik in mijn ervaring al uit twee ikken besta, terwijl
ik nou niet het gevoel heb dat ik schizofreen ben of zo.
Iedereen beleeft minimaal twee ikken. We zijn alleen ontzettend
geïndoctrineerd en denken dat die ik die ik in wakkere
toestand ervaar de echte is. En we denken ook dat die
ik droomt. Belachelijk idee. Identificatie is illusie,
is te doorzien.
Hoe?
Ja,
dat is nou juist het moeilijke, het paradoxale ook. Ik
weet het niet. Er is geen ‘hoe’. Kijk, bij illusies is
het simpel: daar mag je het wel of niet mee eens zijn
maar je hoeft ze alleen maar te doorzien en dan verdwijnen
ze als sneeuw voor de zon. In mijn film hebben vrijwel
alle visuele illusies te maken met standpunten. Alleen
vanuit precies dat standpunt zie je de illusie; een paar
centimeters opzij en je doorziet diezelfde illusie. Dus
het motto is: verander je standpunt. Maar ook qua identificatie!
In de bioscoop is dat simpel, maar daarbuiten?
Maar
we identificeren ons toch met ons ik omdat dat heel aangenaam
is?
Nee,
nee. Ik vind het niet aangenaam. Niemand vindt het aangenaam,
denk ik. We hebben onszelf ongemerkt opgesloten in een
enorme, onzichtbare gevangenis.