spannend en grappig. Dat je niet weet waar je nou eigenlijk naar kijkt. Is het een documentaire? Is het fictie? Of is het echt? En wat is dat dan, ‘echt’? Klopt het wat ik zie? Klopt het wat ik denk? Op welke momenten geloof ik erin? Hoe weet ik of dat wat ik zie of denk waar is?

Dus om je vraag te beantwoorden: de film gaat over jou.

 

Rick de Leeuw wordt driemaal wakker in Granada

 

We gaan hier natuurlijk niet de hele film breed uitmeten.

O nee? (er wordt gefronst aan de overkant)

Nee, maar misschien kunnen we een willekeurige scène bespreken. De eerste scène is direct heel spannend. Wat beoog je te vertellen met die scène? Want hij lijkt los te staan van de rest van de film.

Ja, dat klopt. Kijk, de kijker wordt continu op het verkeerde been gezet. Zo lijkt het allereerst alsof we hier in het Spaanse Granada zijn. Een echte speelfilm. En slaapt Rick de Leeuw. Tenminste, we willen dat slapen wel geloven, maar we dénken uiteraard ondertussen te weten dat hij doet alsof. Of toch niet? (Doet de baby verderop in de film ook alsof ze slaapt?)


Rick wordt ruw wakker gemaakt door een filmcrew. Er ontstaat een ruzie (die trouwens zo levensecht lijkt dat de decorbouwers die onverwacht stiekem even bij de opnamen kwamen kijken, weer wegvluchtten vanwege de - in hun ogen - ‘moeizame sfeer’ op de set!).

Het geluid van het straatverkeer blijkt niet ‘echt’ te zijn: het wordt stopgezet. Niks Granada dus, gewoon een filmstudio. Dan stroomt er plotseling 40.000 liter water door de drie ramen naar binnen.

Waar kijken we eigenlijk naar?

 

 

 


O, gelukkig, Rick ontwaakt. En wij ook! Hij heeft over zichzelf, de regisseur met zijn crew en het water gedroomd. Hij droomde dus ook dat hij sliep en wakker werd gemaakt. Maar dan, terwijl z’n antwoordapparaat hem roept en hij naar z’n telefoon loopt, ‘krimpt’ hij enorm, tot een kwart van zijn lengte.
Toch denk je weer door de plaatstitel: Granada, 12 juni 1973 dat de film hier echt begint. Maar zijn de straatgeluiden dan nu wél echt? Tegen beter weten in zijn we daar hoogstwaarschijnlijk gelijk weer in gaan geloven.

Dan wordt Rick voor de derde keer wakker. Met een been in het gips. Hij droomde dus al twee keer dat hij wakker werd. Maar is hij nu dan ‘echt’ wakker? (hier niet overheen gaan) Begint de film hier nu ‘echt’? Kennelijk wel, want de openingscredits en de titel van de film verschijnen: de zee die denkt. Dan zapt een hand deze speelfilm weg en blijken we al vanaf het begin naar een tv gekeken te hebben waarop de zee die denkt vertoond werd. Maar naar welke film kijken we dan nu?

Ik hoop dat je hier als kijker al langzaam van je apropos raakt. Die verwarring en vooral dat steeds een stapje achteruit doen, de hele film door, gebruik ik om de kijker ervan bewust te maken dat hij steeds ergens inkruipt, steeds ergens in gelooft. En als je maar genoeg stapjes achteruit maakt, kom je vanzelf bij jezelf uit, de kijker. En hoop ik dat je jezelf vragen begint te stellen als: waar geloof ik eigenlijk in? Ik denk dat je je als kijker gaandeweg bewust wordt van je verwachtingspatronen, daar gaat het ook over. Want daar ga je bij deze film behoorlijk de mist mee in. Rick de Leeuw, toch een bekende Nederlander, zal na deze openingsscène nog wel een rol van betekenis gaan spelen in de film, denk je dan, denk ik. Nou nee dus.

Je probeert de kijker ervan te overtuigen dat veel van wat hij altijd voor waar aanneemt, misschien niet klopt?

Ja. Ik denk dat we zeer veel ideeën over onszelf en de werkelijkheid voor zoete koek aannemen, terwijl het allemaal veel vreemder en verbazingwekkender is dan het ogenschijnlijk lijkt! Volgens mij. Ik wil de kijker wakker schudden en zich weer laten verwonderen over de dingen en zichzelf.

Dus wat is waar?

Is het Engelse auto-ongeluk echt gebeurd of is het in scène gezet? Is het journaal waar?

Is het waar?

Nee. Zijn de straatinterviews echt? Sommige wel, sommige niet. Welke wel? Wat voor criteria gebruiken we daarbij? Is dit interview echt? Nee toch? Ik schrijf dit in mijn eentje.

En als ik als maker duidelijk kan maken dat veel dingen die we denken te zien niet blijken te kloppen, dan heb ik misschien een ingang naar die andere lijn in m'n film; misschien zijn veel dingen die we denken te zijn ook niet juist. Hangt dat van ons standpunt af. Wat ben ik? Wat denk ik te zijn?

 

De zee die denkt

 

Waarom heet de film ‘de zee die denkt’?

‘Wat bent u?’ is de centrale vraag in de straatinterviews. En alle geïnterviewden geven eigenlijk een ‘fout’ antwoord. Want je kunt niet zeggen wat je bent, je kunt hooguit zeggen wat je dénkt dat je bent.

Tussen de straatinterviews door lezen we het verhaal van de zee die niet meer gelukkig is. Ze(e) heeft het idee

vooruitoverzichtachteruit