
O, gelukkig, Rick ontwaakt. En
wij ook! Hij heeft over zichzelf, de regisseur met zijn
crew en het water gedroomd. Hij droomde dus ook dat
hij sliep en wakker werd gemaakt. Maar
dan, terwijl z’n antwoordapparaat hem roept en hij naar
z’n telefoon loopt, ‘krimpt’ hij enorm, tot een kwart
van zijn lengte.
Toch denk je weer door de plaatstitel: Granada, 12 juni
1973 dat de film hier echt begint. Maar zijn de straatgeluiden
dan nu wél echt? Tegen beter weten in zijn we
daar hoogstwaarschijnlijk gelijk weer in gaan geloven.
Dan
wordt Rick voor de derde keer wakker. Met een been in
het gips. Hij droomde dus al twee keer dat hij wakker
werd. Maar is hij nu dan ‘echt’ wakker? (hier niet overheen gaan)
Begint de film hier nu ‘echt’? Kennelijk wel, want de
openingscredits en de titel van de film verschijnen:
de zee die denkt. Dan zapt
een hand deze speelfilm weg en blijken we al vanaf het
begin naar een tv gekeken te hebben waarop de
zee die denkt vertoond werd. Maar naar welke
film kijken we dan nu?
Ik
hoop dat je hier als kijker al langzaam van je apropos
raakt. Die verwarring en vooral dat steeds een stapje
achteruit doen, de hele film door, gebruik ik om de
kijker ervan bewust te maken dat hij steeds ergens inkruipt,
steeds ergens in gelooft. En als je maar genoeg stapjes
achteruit maakt, kom je vanzelf bij jezelf uit, de kijker.
En hoop ik dat je jezelf vragen begint te stellen als:
waar geloof ik eigenlijk in? Ik denk dat je je als kijker
gaandeweg bewust wordt van je verwachtingspatronen,
daar gaat het ook over. Want daar ga je bij deze film
behoorlijk de mist mee in. Rick de Leeuw, toch een bekende
Nederlander, zal na deze openingsscène nog wel
een rol van betekenis gaan spelen in de film, denk je
dan, denk ik. Nou nee dus.
Je
probeert de kijker ervan te overtuigen dat veel van
wat hij altijd voor waar aanneemt, misschien niet klopt?
Ja.
Ik denk dat we zeer veel ideeën over onszelf en
de werkelijkheid voor zoete koek aannemen, terwijl het
allemaal veel vreemder en verbazingwekkender is dan
het ogenschijnlijk lijkt! Volgens mij. Ik wil de kijker
wakker schudden en zich weer laten verwonderen over
de dingen en zichzelf.
Dus
wat is waar?
Is
het Engelse auto-ongeluk echt gebeurd of is het in scène
gezet? Is het journaal waar?
Is
het waar?
Nee.
Zijn de straatinterviews echt? Sommige wel, sommige
niet. Welke wel? Wat voor criteria gebruiken we daarbij?
Is dit interview echt? Nee toch? Ik schrijf dit in mijn
eentje.
En
als ik als maker duidelijk kan maken dat veel dingen
die we denken te zien niet
blijken te kloppen, dan heb ik misschien een ingang
naar die andere lijn in m'n film; misschien zijn veel
dingen die we denken te zijn
ook niet juist. Hangt dat van ons standpunt af. Wat
ben ik? Wat denk ik te zijn?